Vier van je acht vakantiedagen op de snelweg, of dezelfde middag al in de bochten? We rekenen voor wat zelf rijden je kost aan dagen, brandstof, banden en restwaarde. En we leggen uit hoe het motortransport werkt, van inleveren tot opstappen op de bestemming.
Half elf 's ochtends, ergens op de A10 onder Bordeaux. Je zit al vier uur op de motor, met 31 graden en je pak zit dicht omdat je bij deze snelheid niet anders kunt. Nog zeshonderd kilometer vandaag. Je rekent uit hoe laat je bij het hotel bent en of de keuken dan nog open is. Is dit waar je je vakantiedagen aan uitgeeft?
Waar het Motortransport omslaat
Niet bij elke reis speelt dit. Ga je naar de Eifel, het Westerwald of de Veluwe, dan ben je er in een halve dag en hoort die rit gewoon bij het weekend. Met een korte reis over de snelweg ben je er zo. De rekensom kantelt ergens rond de duizend kilometer. Vanaf dat punt kost heen en terug je twee volle dagen, en boven de tweeduizend zijn het er vier tot zes. Dan gaat de rit erheen niet meer over rijden, maar over doorkomen.
Neem Andalusië als voorbeeld. Vanuit het midden van het land naar Málaga is het ongeveer 2.300 kilometer, met 23 uur pure rijtijd. Daar zitten geen tankstops, files en verkeerde afslagen in. Rij je 2.300km in twee dagen, dan rijd je 1.150 kilometer per dag. Dat is een flinke zit. Je hebt waarschijnlijk dertig vakantiedagen per jaar en een flink deel daarvan ligt al vast. Wat overblijft geef je uit aan asfalt en bij voorkeur niet aan de snelweg.
Wat 4.600 snelwegkilometers met je motor doen
Heen en terug staat er ruim 4.600 kilometer op je teller voordat je een bocht hebt gereden. Bijna allemaal snelweg, met bagage, meestal in de hitte. Bij de pomp merk je dat meteen. Bij je dealer een paar maanden later.
Je banden gaan het eerst. Een set voor een grote toermotor kost gemonteerd al gauw 350 tot 400 euro en met bagage op de snelweg haal je uit een achterband negen- tot tienduizend kilometer. Zo'n retour vreet daar de helft van op. Zonde dus! Je onderhoudsinterval loopt net zo hard mee. De meeste toermotoren moeten om de tien- tot twaalfduizend kilometer een beurt en die kost bij de dealer al snel drie- tot vierhonderd euro.
En dan de teller zelf. Een motor met 20.000 kilometer brengt bij inruil meer op dan dezelfde motor met 40.000, en daar rekenen handelaren mee. Drie keer op eigen kracht naar het zuiden en je hebt er bijna 14.000 kilometer bij zitten.
Wat kost zelf rijden je nou echt?
Een retourtje Andalusië op eigen kracht, dit is de ruwe schatting:
Brandstof
470 euro bij 4.600 kilometer, 5,5 liter per 100 kilometer en gemiddeld 1,85 euro per liter.
Tol
Ongeveer 100 euro. Motoren betalen in Frankrijk zo'n zestig procent van het autotarief en in Spanje rijd je grotendeels tolvrij.
Vier hotelnachten onderweg
300 tot 400 euro.
Bandenslijtage
150 tot 200 euro.
Aandeel in het motoronderhoud
120 tot 180 euro.
Verlies op de kilometerstand
Kan al snel oplopen tot een paar honderd euro. Bij nieuwe motoren nog meer.
Daarna heb je nog geen hotel in Spanje geboekt, geen route uitgezocht en geen vakantiedag overgehouden.
De eerste dag begint met bochten
Bij ons stap je uitgerust op. Je vliegt naar Spanje, staat rond het middaguur bij het depot en rijdt de eerste middag al de A-366 richting Coín en Guaro. Binnen een kwartier zit je helemaal in de vakantiestemming. Dat is ook veiliger, want veel kilometers op de snelweg gaan ten koste van je concentratie. Precies op het moment dat de wegen smal en bochtig worden.
Heb je iemand achterop, dan scheelt het nog meer. Twee dagen snelweg is voor jou al lang, achterop is het langer. Jullie bagage gaat gewoon mee in de koffers en wat er niet in past neem je mee in het vliegtuig. En je zit op je eigen motor. Je weet hoe je voorvering staat en waar het koppelingspunt zit. Een huurmotor doet het ook, maar je bent er even mee bezig voor het went.
Bestemmingen die je anders gewoon niet haalt
Met een week vrij zijn Zuid Spanje of Schotland op eigen kracht geen optie. Je komt er wel, maar dan heb je twee dagen om te rijden. Met motortransport is de reistijd een ochtend vliegen in plaats van twee dagen rechtuitrijden.
"De rit erheen hoort er toch bij?"
Voor sommigen klopt dat. Als de reis zelf voor jou het doel is en je het leuk vindt om via de Vogezen en de Ardèche naar beneden te kachelen, dan moet je dat vooral blijven doen! Wij rijden zelf ook reizen waarbij je gewoon vanuit Arnhem of Zwolle wegrijdt.
Maar wees eerlijk over wat je op zo'n transitdag precies rijdt. De route naar het zuiden is geen bochtenroute. Het is de A16, de A10 en de AP 7, en richting de Alpen zijn het andere nummers met hetzelfde karakter. We weten allemaal waarvoor we op de motor stappen.
Hoe motortransport praktisch werkt
Simpeler dan de meeste mensen denken, en we laten het uitvoeren door de professionals. Het vervoer ligt bij MotoMove uit Hoensbroek, dat al sinds 2009 motoren door Europa vervoert. Je motor gaat daar in een stalen krat, vastgezet met spanbanden, en die krat wordt in de oplegger gezekerd. Er hoeft in principe niets af, dus spiegels, ruit en koffers blijven zitten. Tijdens het hele transport is je motor verzekerd.
Je motor moet ongeveer een week voor vertrek binnen zijn en je levert hem in bij ons in Leek, in Lienden of in overleg in Hoensbroek. Bagage gaat mee in je koffers plus een sporttas, genoeg voor kleding, laarzen en helm.
Bij een deel van onze reizen zit de vlucht inbegrepen, bij de rest boek je zelf. Weet je niet welke vlucht handig is? Neem dan contact met ons op. Wil je weten hoe zo'n week er verder uitziet, lees dan wat een groepsreis inhoudt.
Overigens zit motortransport niet bij elke reis. Bij Andalusië en de Pyreneeën wel, en dat zijn precies de bestemmingen waar de rekensom het hardst uitpakt.
Terug naar die A10 onder Bordeaux
Je kunt daar zitten. Vier dagen van je vakantie, 4.600 kilometer op je teller en een set banden die je in de bergen liever nog even had gehad.
Of je stapt op in Málaga en rijdt dezelfde middag de bochten in.
Foto's
